Gevleugelde woorden

Een aantal beruchte citaten van Wilfried Vandaele

Wilfried Vandaele: “Collega’s, wie hoopte dat ik de minister vandaag met een kettingzaag te lijf zou gaan, vergist zich, met dank aan een kopje warme thee – rooibosthee.” (Actualiteitsdebat over het dossier zonevreemde bossen – 24 mei 2017)

————————

Hermes Sanctorum: “Er werd welgeteld één edelhert afgeschoten. En dan nog wel een West-Vlaams, collega Vandaele”. Wilfried Vandaele: “Ik ken het. Het was lekker”. (Commissie Leefmilieu, 17 januari 2017)

————————

Wilfried Vandaele: “Ik vond het een goed rapport omdat ik het gevoel had dat ik iets bijleerde. Nu, met ouder te worden is het ook vaak zo dat ik iets lees en denk ‘O, wat interessant, dat is nieuw’. Terwijl het helemaal niet nieuw is en ik het al jaren wist. Ik was het gewoon vergeten” (Commissie Media, 12 januari 2017)

————————

Wilfried Vandaele: “Minister, maandag stelde de VMM haar jaarverslag over luchtkwaliteit voor, in het kader van een studiedag over lucht en gezondheid. Ik was daar voor het inhoudelijke gedeelte; ik kon niet blijven voor uw speech. (Gelach)”
(Plenaire vergadering Vlaams parlement– 12 oktober 2016 – Rapport luchtkwaliteit)

————————

Karin Brouwers: “Ik stelde eens een vraag in de Commissie economie en werd daar bijna buitengedragen” Wilfried Vandaele: “Collega Brouwers die wordt buitengedragen uit de commissie: ik had erbij willen zijn. Het vergt toch een bijzondere moed en kracht om dat te doen.” (Commissie Media – 16 juni 2016 – Vraag over Media-innovatiebeleid)

————————

Wilfried Vandaele: “Wij kijken als Interparlementaire Commissie ook in eigen boezem, al is het maar omdat het zeer onbeleefd is om in de boezem van iemand anders te kijken, zeker als het om vrouwelijke collega’s gaat.”
(Commissie Media – 16 juni 2016 – Vraag over rapport Nederlandse Taalunie)

————————

Het is “complimentendag” en de verschillende parlementsleden geven minister Schauvliege voor hun tussenkomst een complimentje. Op het ogenblik dat Vandaele tussenkomt, zegt hij: “Mevrouw de minister, ik wou u ook een complimentje geven. Ik zoek al de hele middag, maar vind er helaas geen”
(Commissie Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening, 1 maart 2016)

————————

Wilfried Vandaele: “Nog in de wachtrij bij de bakker, zag ik dat de mensen die voor mij stonden rood aanliepen en dat hun handen begonnen te beven toen zij in De Zondag lazen dat de VRT de Ronde van Vlaanderen niet meer zou uitzenden. Voor mij stond een man in wielertoeristenpak. De man zeeg neer, ik ben eroverheen moeten stappen om mijn pistolets in ontvangst te nemen.” (Gelach)
(Plenaire vergadering – 18 maart 2015 – sportverslaggeving VRT)

————————

“… de aandachtige toehoorders zullen daar op gelet hebben. Dat zijn jullie allemaal, met uitzondering van gedeputeerde De Block, die al in slaap is gesukkeld tijdens zijn eigen toespraak”
(Studiedag poldergraslanden Natuurpunt, Oostende 15 november 2014)

————————

“Collega John Crombez gedroeg zich in de commissie Leefmilieu zeer oneerbiedig tegenover minister Schauvliege. ‘Mijn broek zakt af bij uw antwoord’, zei Crombez. Nu, John Crombez mét broek is al niet fameus, maar zonder broek…”
(Studiedag poldergraslanden Natuurpunt, Oostende 15 november 2014)

————————

“Er bestaan verschillen in taalgebruik tussen Nederland en Vlaanderen. Wie in Vlaanderen in het bos poept, ontplooit een heel andere activiteit dan wie in Nederland in het bos poept” (interview over standaardtaal in politiek en media op Nederlandse Radio 1, 18 januari 2015)

————————

“Omdat zijn vraag werd afgewezen, maakte Tommelein zich dik. Niet dat hij daar een grote inspanning moet voor doen… (…) (W. Vandaele in de Commissie Media, 4 december 2012)

————————

In het debat over ongewenste intimiteiten bij de VRT verwijst Bart Tommelein herhaaldelijk naar een boek dat hij gelezen heeft. Vandaele: “Collega Tommelein heeft een boek gelezen!  Hoera !” (Plenaire, 25 april 2012)

————————

Uit debat in Vlaams parlement vanmiddag over de huisvesting van de VRT. Wilfried Vandaele (N-VA) pleit ervoor “het hart van de openbare omroep” in Brussel te houden. Tommelein reageert dat dit “romantiek” is. Wilfried Vandaele: “Tommelein moet niet over romantiek spreken. Als ik zijn vrouw mag geloven kent hij daar niet veel van” (Plenaire vergadering 18 januari 2012)

————————

In de commissievergadering Leefmilieu werd begin november 2010 gedebatteerd over de mogelijkheden om bepaalde diersoorten (ganzen, everzwijnen, houtduiven) te beperken. Methodes als het schudden van eieren, zodat er geen kuikens uit komen, of afschieten, werden genoemd. Wilfried Vandaele: “de verschillende diersoorten vragen inderdaad een andere aanpak. Bij ganzen kan men de eieren schudden, maar bij everzwijnen lijkt me dat minder voor de hand te liggen.

————————

In de Commissie Ruimtelijke Ordening van 27 januari 2010 ging het over de inplanting van motorcrossterreinen en terreinen voor andere lawaaierige sporten. Toen gewezen minister Keulen het ineens over tennis had, repliceerde Vandaele: “Inderdaad, als Yanina Wickmayer “whoopie” blijft roepen, wordt ook tennis een lawaaierige sport”

————————

Voor de Commissie Cultuur van 28 januari 2010 had de commissiesecretaris gevraagd dat alle leden een gedicht zouden meebrengen en voorlezen ter gelegenheid van Gedichtendag. Vandaele had die oproep niet gezien en had dus niets bij. Maar om toch niet onder te doen voor de collega’s besloot hij dan maar uit het hoofd het sonnet “Shall I compare thee to a summers day” van Shakespaere te declareren. “Als het mislukte, stond ik natuurlijk voor schut”, aldus Vandaele. Maar het lukte en het leverde hem applaus op van de collega’s.

————————

In de Commissie Openbare Werken van het Vlaams Parlement stelde Fientje Moerman (Open Vld) dat de oevers van de Leie afkalven door de pleziervaart op de rivier. In zijn daaropvolgende vraag over de verbreding van het Schipdonkkanaal merkte Wilfried Vandaele (N-VA) al grappend op dat het probleem van de verbreding dus eigenlijk zichzelf zou oplossen als men meer pleziervaart zou toelaten op het kanaal.
En Vandaele zag nog een veel groter probleem: door de opwarming van de aarde komt de zee steeds dichter. Aangezien de grens van het “Vlaamse grondgebied” aan de laagwaterlijn ligt en dan de Belgische bevoegdheid over de territoriale wateren begint, brengt het klimaatprobleem volgens Vandaele dus mee dat België knabbelt aan het Vlaamse grondgebied.
(Commissie Openbare Werken, Vlaams Parlement, 14 januari 2010)

————————

In het plenaire debat over de raad van bestuur van de VRT zei Vandaele n.a.v. een artikel van Carl Decaluwé (CD&V) in De Standaard “dat daarmee andermaal is aangetoond dat je met iemand als Decaluwé in de meerderheid geen oppositie nodig hebt”. (Plenaire zitting Vlaams Parlement, 13 januari 2010)

————————

“Het aantal leerlingen in onze gemeenteschool in Wenduine daalt. Er worden blijkbaar minder kinderen geboren in Wenduine. De Wenduinenaren hebben dus blijkbaar minder sex. Ofwel hebben ze sex op een andere manier. Ofwel hebben ze sex op een ander.
(Toespraak einde schooljaar en afscheid leerkracht, ’t Klavertje, 28 juni 2007)

————————

Interpellatie van de oppositie op de gemeenteraad van 8 februari 2007: “Hoe komt het dat een brandweerwagen van Wenduine naar een brand is gereden terwijl er geen olie in de motor was?”  Antwoord van Vandaele:“Dat was om zeker te zijn dat er geen olie op het vuur gegoten zou worden”

————————

Debat over het nieuwe vogelopvangcentrum in Raversijde: “Voor dat opvangcentrum heeft collega Lievyns – ere wie ere toekomt – trouwens al een passende naam bedacht: “de besmeurde veugel”. De centrale ligging van Oostende wordt door de collega als een pluspunt ervaren omdat – ik citeer collega Lievyns – “het ongepast is dat iemand met zijn besmeurde veugel van De Panne naar Knokke moet lopen”. Einde citaat. Dat klopt. Als ik zelf een besmeurde veugel heb, dan wil ik daar ook zo snel mogelijk van af, en ik zie aan collega Vande Caveye dat dit bij hem niet anders is.” (Begrotingsbespreking provincie, 27 oktober 2006)

————————

“Meerwerken, meerkosten, extra uitgaven, onderschatte en foute cijfers… Achter zijn rug noemen andere leden van de deputatie hem dan ook smalend “collega Defauw”.(Over gedeputeerde Dirk Defauw, begrotingsbespreking provincie, 27 oktober 2006

————————

“Ik zag gedeputeerde Decraene in de rol van Assepoester, als enige vrouw in de deputatie driftig de dweil hanterend, terwijl haar 5 mannelijke collega’s er alles aan deden om te vermijden dat de kraan werd dichtgedraaid. Dweilen met de krane open. Ik probeerde ook even het sprookje van Sneeuwwitje en de 7 dwergen toe te passen op de deputatie, maar ik zag daarvan af omdat ik bij de deputatie geen 7 dwergen vond – slechts 5 -, en ik Sneeuwwitje in geen geval wou laten wakkerkussen door de griffier of de gouverneur. Zelfs aan mijn fantasie zijn er grenzen, collega’s.”(Begrotingsbespreking provincie, oktober 2004)

————————

“Ik roep gedeputeerde van financiën Decraene op om de vinger op de knip te houden. Let op de kleintjes. Ik wil niet uit het bed klappen, maar voor we eraan beginnen zeg ik altijd tegen mijn vrouw: “wie het kleine niet eert, enz”. Hetzelfde zeg ik vandaag aan mevr. Decraene.” (Begrotingsbespreking provincie, oktober 2004)

————————

“Wie in Vlaanderen in het bos poept, ontplooit een geheel andere activiteit dan wie in Nederland in het bos poept” (De Morgen 25 mei 2000, citaat uit toespraak bij uitreiking Coproductieprijs, Brussel, 24 mei 2000)

————————

“Tussen Nederland en Vlaanderen gaat het zoals tussen man en vrouw. Je hoeft het niet steeds met elkaar eens te zijn, je hoeft elkaar zelfs niet eens graag te zien om te trouwen. Het is gewoon praktisch, en heel af en toe ook eens plezierig”
(Op de Culturele Conferentie, Gent 27 november 1999)

————————

“Collega De Cuyper weet zeer veel over de leefgewoonten van de muskusrat. Op den duur ben ik gaan vermoeden dat de collega, voor hij als mens reïncarneerde, lange tijd zelf muskusrat is geweest. (…)Wie zijn wij om de autoriteit van collega De Cuyper in vraag te stellen als het over lintwormen gaat. (…)De collega heeft gelijk als hij zegt dat de vos zich niet alleen te goed doet aan kippen, maar ook aan grotere schepselen. Vorige week nog werd in de buurt van de Antwerpse zoo, op de De Keyserlei, door nachtelijke voorbijgangers een vos opgemerkt die het kadaver van een jonge neushoorn achter zich aansleepte” (Tussenkomst in de Provincieraad, 1997)

————————

“De cijfers in de Milieubeleidsnota doen ons zonder meer medelijden krijgen met de beren, de mannelijke varkens, en dus -in overdrachtelijke zin en met enig gevoel van lotsverbondenheid- met het mannelijk geslacht in het algemeen. Je leest immers dat, bv. in Ichtegem, er 1584 zeugen worden gehouden en slechts 1 -zegge en schrijve één- beer. Dat moet ons allen, collega’s van het mannelijke geslacht, tot nadenken stemmen over onze toekomst”. (In de Provincieraad, tijdens de bespreking van het milieubeleidsplan 1995)

————————

“‘De mensen voelen zich op de eerste plaats Vlaming, Waal of Brusselaar’, stelt Vandaele. Hij staat op en komt terug met een rafelige dweil. ‘Dit is een traditionele Belgische dweil, die vind je in elk huisgezin’, zegt hij. Over de lengte van het weefsel loopt aan één kant een dunne rood-geel-zwarte strook. ‘De Belgische vlag’, zegt hij, ‘daar vegen wij hier dus onze voeten aan af’.
(Interview met Nicoline Baartman in De Volkskrant, 8 mei 1993)

————————

“Mijnheer de burgemeester. Op de vorige gemeenteraadszitting liet u zich verleiden tot een flinke scheldpartij. Toen ik thuis kwam, gaf ik mijn zoontje nog een nachtzoentje. Hij lag met koorts te bed en mijn vrouw had hem juist een ‘taptje’ (zetpil) gegeven. ‘Hoe was het op de gemeentelaad, papa’, vroeg hij. Hij kan de ‘r’ nog niet uitspreken. Ik vertelde hem dat de burgemeester erg boos op mij was geworden. Het bleef even stil en dan gaf Jorisje me de volgende raadgeving: ‘Papa, je zou bij de burgemeester ook een taptje moeten steken’. Daarom, mijnheer de burgemeester, heb ik hier een doosje koortswerende zetpillen bij. Ik geef ze aan de secretaris, zodat hij ze zo nodig kan inbrengen.”
(Verslag gemeenteraad De Haan, in Het Nieuwsblad 14-15/9/1991)

————————

“België verliest steeds meer bevoegdheden aan Europa enerzijds, en aan de deelstaten anderzijds. Als België een strak opgeblazen ballon is, dan loopt die nu in snel tempo leeg, tot er nog slechts een verschrompeld condoompje zal overblijven”.
(Toespraak op de IJzerbedevaart, 26 augustus 1990)